GPX: de klassieker
GPX is het meest gebruikte routeformaat.
Kenmerken:
- bevat
een track (lijn op de kaart)
- eventueel
waypoints (stops)
- eenvoudig
en universeel
Voordeel:
- werkt
op vrijwel elk apparaat
Nadeel:
- weinig
“slimheid” (geen training, geen structuur)
Beste keuze voor:
- route volgen
- toertochten
- onbekend gebied
TCX: route + structuur
TCX is iets “slimmer” dan GPX.
Kenmerken:
- route met turn‑by‑turn
instructies
- soms
trainingsstructuur
Voordeel:
- duidelijke
afslagmeldingen
Nadeel:
- minder
flexibel
- gevoeliger
voor herberekenen
Beste keuze voor:
- vaste
routes
- navigatie met aanwijzingen
FIT: training & data
FIT is het meest uitgebreide formaat.
Kenmerken:
- route
+ training
- doelen,
blokken, alerts
Voordeel:
- perfect
voor gestructureerde training
Nadeel:
- complex
- minder
universeel
Beste keuze voor:
- intervaltraining
- geplande
workouts
Wat gebruik je wanneer?
Simpel overzicht:
- Route
rijden / ontdekken → GPX
- Navigatie
met aanwijzingen → TCX
- Training
met blokken → FIT
Voor 90% van de fietsers is GPX meer dan voldoende.
Waarom routes soms “raar” doen
Veel frustratie komt hier vandaan:
- apparaat
herberekent TCX
- kaartmateriaal
wijkt af
- instellingen
staan verkeerd
Een GPX‑track volgen zonder herberekenen is vaak het meest
stabiel.
Bestanden gebruiken in Koerstijd
In Koerstijd kun je:
- routes
exporteren als GPX
- stops
als waypoints meenemen
- routes
exact volgen zonder verrassingen
Dat geeft rust — onderweg én vooraf.
Conclusie
Het juiste bestandsformaat kiezen is geen nerd‑detail. Het
bepaalt hoe ontspannen je rit verloopt.
Twijfel je? Kies GPX. Dat is bijna altijd de veiligste keuze.