Waarom stoplichten zo’n probleem zijn
- Je
verliest ritme
- Je
moet telkens opnieuw aanzetten
- Gemiddelde
snelheid zegt niks meer
- Groepsritten
vallen uit elkaar
Voor training én ontspanning zijn ze killing.
De grootste stoplicht‑valkuil
“De kortste route is de snelste route.”
Bij fietsen is dat vaak onwaar. Een route van +5 km zonder stops is bijna altijd sneller én fijner dan een
korte stadsroute.
Stap 1 – Vermijd hoofdroutes
Hoofdwegen = stoplichten.
Zo herken je ze:
- meerdere
rijstroken
- veel
zijwegen
- bebouwde
kom na bebouwde kom
Kies liever:
- parallelwegen
- dijken
- buitenwegen
tussen dorpen
Stap 2 – Rijd langs randen, niet door kernen
Door dorpen fietsen betekent:
- kruispunten
- zebrapaden
- verkeerslichten
Langs dorpen fietsen betekent:
- tempo
- rust
- overzicht
Een kleine lus om een kern scheelt vaak 5 stoplichten.
Stap 3 – Gebruik natuurlijke “corridors”
In Nederland werken deze altijd:
- rivierdijken
- kanalen
- bosranden
- landbouwwegen
Ze zijn niet altijd kaarsrecht, maar wél doorrijdbaar.
Stap 4 – Denk in flow, niet in kilometers
Vraag jezelf bij elke route:
“Kan ik hier 10 minuten achter elkaar doorrijden?”
Zo niet: hertekenen.
Fietsroute plannen zonder stoplichten in Koerstijd
Met Koerstijd kun je:
- drukke
wegen automatisch vermijden
- lussen
bouwen die logisch blijven
- routes
optimaliseren op doorrijden, niet op kortste afstand
Dat maakt je gemiddelde snelheid ineens een stuk eerlijker.
Conclusie
Stoplichten zijn geen natuurwet. Ze zijn vaak een planningsfout. Wie bewust langs randen en corridors rijdt, krijgt zijn flow terug.